Het is dinsdagochtend. Je loopt een rondje door de school, de leerlingen stromen binnen en jij ziet collega’s met elkaar staan praten. Je vraagt jezelf af waarom dit gesprek nu moet en waarom de leerlingen niet begroet en ontvangen worden. Dat zou pedagogisch een betere keuze zijn. Twee uur later is de kleine pauze en je ziet de pleinwacht bij elkaar klitten, vol in gesprek zijn en weinig oog hebben voor wat er op het plein te observeren valt. Ondertussen loop je de teamkamer binnen en daar valt het gesprek stil. Het wordt wel weer opgepakt, alleen jij houdt er een vreemd gevoel aan over. Aan het eind van de ochtend zie je dat de twee bovenbouwgroepen samen een les op het sportveld hebben. Doen ze dit nu omdat dit voor de leerlingen een surplus is of vinden ze het samen gewoon veel gezelliger?

En zo observeer je tal van situaties per dag, hoor je argumenten wanneer er iets speelt waarvan jij denkt: ‘wie is wij?’ en ‘waarom komt maar één persoon van de ‘wij’ bij mij?’ 

Ook zie je dat er mening gevormd wordt over collega’s door collega’s zonder dat er met diegene gesproken wordt. De tamtam loopt harder door groepsapps dan voorheen. En zelfs als je vol vertrouwen bedenkt dat het goed is dat leraren met elkaar overleggen en elkaar consulteren, dan nog begrijp je niet waarom dit een uur per dag na schooltijd kost. Het lijkt je inefficiënt en jij ziet dat het eerder werkdrukverhogend dan verlagend werkt, omdat dit soort tijd niet in het taakbeleid opgenomen staat. Per dag een uur extra overleg, vrijwillig genomen, kost 200uur per leerkracht extra per jaar. Hier wil je vanaf! Toch? 

Eh…..

Nou…

Deels wel en deels niet. Lees je verder?

De wandelgangenpraat elimineren is een symptoom uitschakelen.
Net zoals dat een paracetamol je niet geneest van de griep, maar alleen zorgt dat je koorts wat onderdrukt wordt. Het is dus zaak te kijken wat er ‘onder’ de wandelgangenpraat zit. 

Wat zijn de signalen die je collega’s eigenlijk afgeven?

Laten we er daar eerst eens een aantal van gaan analyseren, dan kunnen we daarna kijken of en wat er anders kan.

Ik neem de situatie in de ochtend bij de klasdeur:

Jij ziet dat er pedagogisch een onhandige keuze gemaakt wordt. De leraren zijn nog even ‘sociaal’ aan het opladen, voordat ze de solitaire taak van leidinggeven aan hun eigen klas weer op zich gaan nemen. Een taak die veel energie vraagt, omdat er veel gegeven moet worden. Dat oplaadmoment vooraf is dan net als dat je nog even een klein beetje stroom in je bijna lege mobiel probeert te krijgen vlak voordat je wegmoet. Ook dat rek je tot het laatste moment en je verliest dan letterlijk ook alle oog voor je omgeving. Daarnaast is het vaak ook een soort van ‘powerplay’, hoewel meestal onbewust ingezet. Maar het verhoogt je status als je er ‘druk’ uitziet, het kweekt schaarste als je ‘bezet’ bent, dus er spelen wel wat psychologische processen mee die voor een ‘beloning’ zorgen wanneer de leraar vervolgens alle aandacht voor de klas heeft, of toch aandacht maakt voor die ene ouder.

Het praatje in de ochtend bij de deur vervult dus allerlei behoeften van de leraren in kwestie. 

Ik voel me alleen.
Ik heb moeite met energiebeheer.
Ik moet even opladen om me klaar te maken voor mijn werk.
Ik heb moeite om nee te zeggen.

Alleen draai het nu eens om:

Ik zou graag samen met een collega voor de klus staan.
Ik geef alles wanneer ik lesgeef.
Ik heb een ritueel nodig voor de overgang.
Ik wil er graag voor iedereen zijn en wil graag dat de ander het goed heeft.

De meeste van de situaties die ik hierboven heb beschreven komen allemaal op dit stukje universele basisbehoeften van de mens uit. Relatie (lees: verbinding)-autonomie-competentie, samen zorgen ze voor echt zelfvertrouwen. En dus niet het vertrouwen wat opgebouwd wordt vanuit de onbewuste powerplay. Samen zorgen autonomie-verbinding-competentie ook voor zelfregie. Zodat onbewust ingezette rituelen en energielekken verleden tijd kunnen zijn.

De meeste leraren ‘worden’ leraar zodra ze de klas instappen. Hier ontbreken stukjes basisbehoefte, van alle drie de componenten, maar toch zeker duidelijk van autonomie. De overgang naar die rol vraagt allerlei rituelen en de wandelgangenpraat die jij ziet, is dus een coopingstijl van omgaan met het verminderd zichzelf zijn, het uit verbinding zijn en misschien speelt zelfs ook wel dat men zich ook niet helemaal competent in de taak voelt. Sowieso persen leraren zichzelf in de rol waarvan ze denken dat die om half 9 verwacht wordt. En hoe meer ‘peers’ dit doen, hoe langer dit gedrag zichzelf in stand houdt. Iedereen doet het, dus qua reflectie zit het team dan snel bij de collectieve blinde vlek.

Terwijl jij ziet wat er gebeurt.

Het is belangrijk dat jij weet hoe je het gesprek hierover met elkaar kunt voeren, hoe je het niet effectieve gedrag, via inzicht geven en het omdraaien naar het anders vervullen van de behoeften die eronder zitten, kunt keren. Want je kunt wel steeds met schoolontwikkeling bezig willen zijn, maar het zijn je leraren die dit uit moeten kunnen voeren en als je deze signalen zo duidelijk voor je voeten krijgt, dag na dag en steeds opvallender, dan weet je dat je team heel graag wil dat je ze komt helpen. Helpen door de ineffectieve fase heen.

Niet vanuit cijfertjes (want het kost teveel tijd).
Niet vanuit de paracetamol gedachte (wat je niet ziet dat is er niet).
Niet vanuit overtuiging op inhoud (een schoolberde pedagogische grondhouding).

Maar echt vanuit de basisbehoeften die eronder liggen. Eerst werken aan zelfregie en echt zelfvertrouwen.

Dat vraagt van jou als schoolleider dat je stappen mag durven zetten om jezelf meer als mentor/coach van je teamleden op te stellen. Je kunt wel vinden dat het misschien je taak niet is en dat een psycholoog het moet doen, maar jouw lerarenteam is jouw ‘werkmateriaal’. En ik plaats materiaal tussen aanhalingstekens, omdat ik geloof dat mensen geen bronnen zijn die je gebruikt, dan raakt alles uitgeput en dat zie je nu verschijnen in jouw school. De sterke relaties die je teamleden nu zoeken, zijn niets anders dan een beetje energie stoppen in de bijna uitgeputte batterijtjes.

Dus wandelgangenpraat? Wil je daarvan af zijn? Nee, je mag gaan kijken naar de oorzaken eronder.

Wat speelt er bij jou in je team en bij je mensen onder? Wat is de behoefte die ze laten zien met hun wandelgangen praat? Waar kun jij als schoolleider helpen bij het stapje van onbewust onbekwaam naar een leerbehoefte toe?

Je zult zien dat de wandelgangenpraat dan vanzelf gaat ‘oplossen’ en dat het informeel overleg gaat worden, wat zeer duidelijk een inhoudelijk doel dient.

Wil jij als schoolleider een professionele T.E.A.M. cultuur?

Download dan nu het T.E.A.M e-book.

In dit e-book beschijf ik een aanpak om van jouw team een professioneel team te maken. Dit is mijn bewezen effectieve T.E.A.M. aanpak.

Je leest alles over de 4 fases die je doormaakt wanneer je als schoolleider op weg wilt naar een professionele teamcultuur.

Na het lezen heb jij:
– meer inzicht in hoe je een professionele teamcultuur weet te bereiken.

– wat dit proces van jou als schoolleider vraagt en

– je krijgt direct een tool in handen om je team mee in beeld te brengen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *